Hans van der Velde, wethouder Sociaal Domein en oud-marinier

Ergens tegen het einde van het interview vat wethouder Hans van der Velde zijn motto in vijf woorden samen. Ze gaan over zijn huidige werk, maar ook over zijn verleden als marinier. En over de historie van Hellevoetsluis, waar de marine tot 1968 een belangrijke rol speelde. Ze luiden: “Je laat nooit iemand achter.” Een korte wandeling door de marine-geschiedenis en door het marine-leven van Hans.

Met vriendelijk gezag vertelt de in Hellevoetsluis getogen Hans van der Velde over zijn grote witte school. Op de plek van de parkeerplaats, achter het gemeentehuis. Daar marcheerden de matrozen en de jeugdige Hans en zijn vrienden keken hun ogen uit. We noteren de tijd van de bouw van de Deltawerken. De tijd waarin Van der Velde naar eigen zeggen de buurt “veilig en onveilig maakte.” Hij herinnert zich een periode uit zijn jeugd toen de Haringvliet nog open was: “De stroming bij de vuurtoren was enorm. Hoe harder de wind, hoe meer stroming. Als kleine jongens stonden wij aan de kade naar de worstelende schepen te kijken, vechtend tegen de stroming. Dat ging wel eens mis. Spannend vonden we dat. Ik zie de dijkwachten nog lopen om de waterstand in de gaten te houden.”



Gijzeling Franse Ambassade

Wanneer hij vertelt glundert zijn gezicht. Hij weet als geen ander hoe het is om marinier te zijn. Van 1970 tot 1981, tijdens de Koude Oorlog, maakte hij zelf deel uit van het Korps Mariniers, dat al sinds 1665 bestaat. Het bracht hem vooral onder barre omstandigheden naar de Noordflank van Europa en de West. “Ik zocht het avontuur en het sportieve. Waar ik spontaan aan terugdenk? In Duinrell leerde ik skiën, op zo’n onhandige borstelbaan. En ik werd in 1974 ingezet bij de gijzeling in de Franse ambassade in Den Haag. Mijn collega-mariniers reageerden altijd enthousiast wanneer ik vertelde over mijn woonplaats Hellevoetsluis. Zij kenden de historie en de mooie herinneringen.”

[Tekst gaat verder onder foto]

“De bakermat van de mariniers ligt in Hellevoetsluis.”

Piet Hein/Michiel de Ruyter

Het sprak Van der Velde aan om niemand ooit achter te laten, en iemand te motiveren het toch te proberen, ook al lijkt het lastig. “Zelfredzaamheid staat bij mij hoog in het vaandel. Ik wil een vangnet zijn, en soms ook een trampoline. Dat past bij de marine. En weet je trouwens: de bakermat van de mariniers ligt in Hellevoetsluis. Hier begon het, later kwam Rotterdam pas kijken. Een kleine geschiedenisles: in 1798 gaf de buitengewone opzichter Jan Blanken het bevel een zeesluis en een droogdok aan te leggen. Destijds was ons dorp de marinebasis van de Admiraliteit van de Maze en bracht Piet Hein zijn buitgemaakte zilvervloot aan wal. De herinneringen aan die tijd leven nog. Kijk maar naar gebouwen als het Tromphuys, affuitenloods, het Kruythuys en het Admiraliteitsgebouw.”

Echte marinier

De wethouder staat op, trekt zijn jas aan en gaat voor. Als een echte marinier, zou je bijna zeggen. Naar buiten, de zon in. Een wandeling de haven rond. Het mooiste plekje in Hellevoetsluis, is de vraag. Hij denkt even na en kiest voor de Quack. “Ik heb daar 50 meter vandaan met plezier gewoond”, blikt hij terug. “Het is daar een prachtige overgang van twee natuurgebieden, verbinding tussen land en water. Ik voel daar geborgenheid. Net als bij de mariniers, want dat blijf je voor altijd. Je zegt ‘oud-marinier’ en nooit ‘ex-marinier’. Je houdt altijd die onderhuidse tatoeage. Tijdens een reünie zien we elkaar graag terug.” Plots schiet hem een herinnering te binnen van een oom: “Die was Engelandvaarder én marinier. Via Spanje kwam hij liftend in Engeland en Schotland. Daarna werd hij in Amerika opgeleid om te vechten tegen Japan. Hij kwam terecht in Malakka, waar hij een jungletraining onderging. Uiteindelijk mocht hij Indië binnen. Een avonturier ja. Eens een marinier, altijd een marinier. Zo voel ik dat ook.”

Menu